Bron / auteur: Eveline Zuurbier
Foto: Eveline Zuurbier - Links boer Walter Wolters , Henk Weijermars en Laurens Wildenborg van de Weidevogelvereniging Achterhoek met mondkapjes op en wethouder Karel Bonsen achter beiden |

Vondst eerste kievitsei in Oost Gelre is toetssteen voor biodivers landschap

Deel dit bericht

HARREVELD – Gisteren, maandag 15 maart, vond boer Walter Wolters op zijn land het eerste kievitsei. Dat gebeurde om half tien in de ochtend op een stuk esgrond aan de Wolterij in Harrelveld. Volgens de traditie werd dit ei symbolisch aangeboden aan de burgemeester van de gemeente. Ze liet zich deze dag vertegenwoordigen door wethouder Karel Bonsen die het nest met kievitsei op het land van Wolters kwam bewonderen. Dat ging gepaard met een informeel gesprek over biodiversiteit en circulaire landbouw waartoe steeds meer boeren overgaan.

“De vondst van het kievitsnest op een hoger liggende esrand is best bijzonder”, zegt Laurens Wildenborg van de Weidevogelvereniging Achterhoek. Normaal maken kieviten hun nesten op de natte lagergelegen gronden, daar waar de pieren, hun voedsel, zitten. En dat is net boven het grondwaterniveau.” Volgens Wildenborg geeft deze vondst vogelbeschermers weer een beetje hoop. Het gebeurt steeds vaker dat agrariërs toestemming geven aan vrijwilligers van de weidevogelvereniging om op hun land nesten helpen te beschermen. 

“Nadat er jaren van achteruitgang werd waargenomen, zien we in nieuwe natuur de vogels weer terugkomen.” Hij noemt het gebied voor waterberging bij de Vlinderbrug en die vlak bij De Schans. “Daar waar landbouwgrond omgeven is met akkerranden en in het gras kruiden groeien, zien we broedplaatsen voor kieviten en wulpen (steltlopers) ontstaan. Het Aaltense Goor is ook zo’n plek.” Wildenborg plaatst een kanttekening bij de weidevogelstand. Het broeden en het grootbrengen van de jonge vogels worden verstoord door indringers als kraaien, eksters, vossen en marters. De natuur is nog lang niet in evenwicht, ervaart hij. 

Overgaan naar biodiversiteit
Wethouder Karel Bonsen beaamt dat het aanbieden van het eerste kievitsei behalve een traditie ook een moment is voor aandacht voor de stand van de natuur en de ontwikkeling van het landschap. “Aandacht voor de weidevogels zegt iets over de biodiversiteit en de vorm van het landschap. Vroeger had je weggetjes, slootjes en akkerranden. Die bieden dieren de mogelijkheid om zich te verstoppen. In het eentonige raaigras valt een nest op als rovers daar overheen vliegen. Bovendien zit daar geen insect meer in de grond waar vogelsoorten van leven.” In het gesprek bij het nest met het eerste kievitsei werd er ook gesproken over de veranderingen die gaande zijn in de landbouw. Boeren werken toe naar meer natuurinclusieve en kringlooplandbouw.