Categoriearchief: Winterswijk

Sander Overkamps speurtocht naar ultieme gitaargeluid

WINTERSWIJK – Als gitarist is hij voortdurend op zoek naar het juiste geluid. Sander Overkamp uit Winterswijk gebruikte zijn technische achtergrond op die zoektocht naar de ultieme sound. Waarbij hij met een absolute noviteit op de proppen komt. Daardoor kan de zogenoemde pick-up – een belangrijk onderdeel van de gitaar – in een handomdraai worden verwisseld. “Met deze methode kan eindelijk een belangrijke mythe rond de gitaar worden ontrafeld.”
Overkamp is van kinds af aan gefascineerd door muziek. “Als klein kind draaide ik de platen van mijn ouders en op jeugdige leeftijd werd ik lid van de plaatselijke fanfare. Was ook lid van de commissie die de livemuziek voor jongerencentrum Elbekurkie in Meddo organiseerde. En zo’n twintig jaar geleden ben ik begonnen met gitaarspelen.”

De eerste beginselen leerde hij zichzelf aan. Met veel passie en toewijding. “Net als veel andere gitaristen begon voor mij op een gegeven moment de zoektocht naar het ideale gitaargeluid. Door mijn technische achtergrond ben ik me toen gaan verdiepen in de dingen die hier invloed op hebben. Al redelijk snel kwam ik erachter dat daarin met name de pick-up – zeg maar het microfoontje dat de trillingen van de snaren omzet in geluid – een prominente rol speelt. Alleen, welke pick-ups moet je dan hebben?”

Er volgde een lange zoektocht naar de juiste exemplaren. Belangrijk onderdeel van deze pick-ups vormt het draad dat van de buitenkant niet te zien is. Met name het wikkelen ervan is ware een kunst op zich.

Eigen pick-ups
“Toen ik min of meer toevallig in het bezit kwam van een authentieke wikkelmachine uit de zestiger jaren, ben ik zo’n twee jaar geleden begonnen mijn eigen pick-ups te maken. Via de sociale media raakten ook andere gitaristen enthousiast, waarna ik na enige tijd mijn eigen SoulShine Pickups op de markt heb gebracht.”

Gitaristen willen voortdurend de verschillende onderdelen met elkaar vergelijken. Veel van die pick-ups zijn te beluisteren via internet. “Maar die clipjes zijn vaak niet realistisch. Omdat ze bijvoorbeeld worden opgenomen met een versterker die voor de normale sterveling niet te betalen is. Of omdat ze geluidstechnisch zo worden bewerkt dat er een compleet verkeerd beeld ontstaat.”

Vandaar dat gitaristen de pick-up het liefst in de praktijk willen testen. “Maar daar zit ‘m juist een complicerende factor. Het kost namelijk relatief veel tijd zo’n pick-up om te wisselen. Tegen de tijd dat je een ander exemplaar hebt ingebouwd, weet je niet meer hoe de vorige klinkt.”

Handomdraai
Overkamp ging vervolgens met de eigenaar van de gitaarwinkel Jasper Muziek in Winterswijk om tafel, waarop ze een testgitaar bouwden. Via een vernuftig concept kan de pick-up nu in een handomdraai worden verwisseld. “Dat duurt slechts drie seconden. Dankzij deze methode kun je nu pas echt goed ervaren hoe groot het effect is van een soms subtiele wijziging. Het is voor de leek wat ingewikkeld, maar ik heb extra mogelijkheden ingebouwd, waardoor de gitarist meerdere opties kan uitproberen. Niet alleen met de pick-ups, maar ook met de potmeters, de knoppen waarmee het volume en de klank kunt bepalen.”

Rond de pick-ups van een gitaar bestaat volgens Overkamp een ware mythe. Met name voor de hele oude pick-ups uit de zestiger jaren bijvoorbeeld wordt heel veel geld neergeteld. “Met deze testgitaar is het eindelijk mogelijk die mythe te ontrafelen. En misschien ook wel: wat de zin en onzin ervan is”, klinkt het met Achterhoekse nuchterheid.

Elf jubilarissen gehuldigd bij Muziekvereniging Excelsior

WINTERSWIJK – Op zondagochtend 28 februari werd de eerste digitale Algemene Leden vergadering uit de historie van Muziekvereniging Excelsior gehouden. Tijdens de vergadering werd er teruggeblikt op het bewogen jaar 2020 en werd gesproken over de toekomstplannen voor 2021 en daarna. Zoals gebruikelijk werden ook de jubilarissen in het zonnetje gezet, echter vanwege de coronamaatregelen wel op aangepaste wijze.

Maar liefst elf jubilarissen zijn dit jaar verrast. Vanwege de huidige coronamaatregelen konden de jubilarissen helaas niet tijdens de Algemene Leden vergadering gehuldigd worden. Zij werden een week eerder als verrassing volledig coronaproof thuis bij de voordeur gehuldigd. Fleur ten Pas en Femke Blömer, beide majorettes, zijn vijf jaar lid van Excelsior. Daarnaast zijn Esmee Dreeyers, Merel Bentsink en Mariël ter Maat 12,5 jaar lid van de vereniging. Alfred Stemerdink, Ruud Nekkers, Wendy Mengerink en Linda Colenbrander zijn gehuldigd voor hun 25-jarig lidmaatschap. Tot slot zijn Gea Rauwerdink en Gert-Jan te Hietbrink beide al 40 jaar actief als lid van de vereniging.

Voorzitter Danny Oonk sprak persoonlijk zijn grote waardering uit voor de jubilarissen. De huldiging van alle jubilarissen is gefilmd en de beelden hiervan zijn tijdens de digitale Algemene Leden vergadering getoond. Zo werd er op een passende manier aandacht besteed aan het grote aantal jubilarissen van de muziekvereniging.

Jazzfanaten Gubbels en Mondriaan 

WINTERSWIJK – Neem plaats in het atelier van hedendaagse kunstenaar Klaas Gubbels (1934) en ontdek de jazzfanaat achter de kunstschilder. Van 5 maart tot en met 19 september laat museum Villa Mondriaan de opnames van de boogiewoogie-platen van Piet Mondriaan horen, die door Gubbels zijn verzameld. Op zaal vertelt Gubbels over zijn bijzondere connectie met de opnamen van Mondriaans boogiewoogie-platen, verweven met zijn eigen levensverhaal.

Naast de tentoonstelling Klaas Gubbels: Calvinist? krijgt de bezoeker het komende half jaar de unieke kans om de boogiewoogie-muziek die doorklinkt in Mondriaans latere werken, te beluisteren. Tegelijkertijd leert de bezoeker Gubbels, één van de grootste hedendaagse kunstenaars in Gelderland, kennen als jazzfanaat. In de documentaire Klaas Gubbels: Als het klaar is mag je niets meer veranderen, die op dinsdag 2 maart om 17:20 uur wordt uitgezonden door Omroep Gelderland, brengt programmamaker Ron Harmsen, in aanloop naar de tentoonstelling, Gubbels’ voorliefde voor jazz in beeld. Zo vertelt Gubbels in zijn atelier over zijn bijzondere connectie met de opnamen van Mondriaans boogiewoogie-platen. Op de achtergrond zijn vaker wel dan niet de energieke ritmes en swingende melodieën van de boogiewoogie-muziek te horen. Gubbels luistert bijna iedere dag naar de muziek die Mondriaan in zijn ateliers in Parijs en New York draaide. De voorkeur geeft hij aan het nummer “Yancey Special” van pianist Meade Lux Lewis. “Heel primitief, maar die kan ik zelf met een vinger spelen”, aldus Gubbels. 

Mondriaan was net als Gubbels een jazzliefhebber en tevens een groot dansliefhebber. Vanwege zijn gestileerde manier van dansen kreeg hij de bijnaam ‘dansende Madonna’. Tijdens zijn verblijf in Nederland van 1914 tot 1918 was Mondriaan regelmatig te vinden bij Hotel Hamdorff in Laren, waar hij de avonden dansend doorbracht. Zijn passie voor muziek, die tot dan toe vooral op de dansvloer zichtbaar was, begon rond 1920 langzaamaan een rol te spelen binnen zijn kunstenaarscarrière. Het op improvisatie gebaseerde muziekgenre jazz dat dan opkomt, doet Mondriaan denken aan de moderne kunst. Zowel jazz als moderne kunst brachten vernieuwing met zich mee. Daar waar Mondriaan op dat moment nog slechts een parallel trekt tussen muziek en beeldende kunst, brengt hij ze in zijn laatste jaren in New York samen. Geïnspireerd door zeven boogiewoogie-platen uit zijn Parijse tijd en zeven boogiewoogie-platen uit zijn New Yorkse tijd, maakte hij schilderijen als Victory Boogie Woogie en Broadway Boogie Woogie, die bestaan uit ritmisch opgezette vlakjes en beweeglijke composities. 

Zo trekt Villa Mondriaan van 5 maart tot en met 19 september, zoals Mondriaan een parallel trok tussen muziek en beeldende kunst, een parallel tussen Mondriaan en Gubbels: twee jazzfanaten. 

Gewone kunst in een gewone tentoonstelling

WINTERSWIJK – Zijn atelier staat er bomvol mee: koffiekannen, tafels en stoelen. Al jarenlang spelen deze onderwerpen de hoofdrol in het werk van de kunstenaar Klaas Gubbels (1934). Van groot tot klein, van felle kleuren tot grijstinten, van plat vlak tot sculptuur; alle variaties komen aan bod. Museum Villa Mondriaan wijdt van 5 maart tot en met 19 september een tentoonstelling aan de kern van het huidige werk van Gubbels.

Wie binnenstapt in het atelier van Gubbels in Arnhem weet niet waar hij of zij kijken moet. Overal staan sculpturen en hangen schilderijen van vaak felgekleurde, geabstraheerde koffiekannen, tafels en stoelen. Daartussen staan grote en kleine sculpturen en objets trouve die Gubbels over de hele wereld verzameld heeft. Te midden van al zijn kunstwerken en zijn verzameling ketels werkt Gubbels dagelijks aan het verder uitbreiden van zijn oeuvre, dat al van indrukwekkende omvang is. De onderwerpen van zijn kunstwerken lijken wellicht gewoon en alledaags, maar dat is precies wat Gubbels inspireert. Het afbeelden van ‘het gewone’ en het steeds herhalen van simpele vormen staat hem toe om zich te richten op het schilderen zelf, en niet verloren te raken in het onderwerp. Bovendien, zo stelt hij zelf, is het gewone zo gewoon dat het uiteindelijk een omgedraaide werking krijgt. Zijn krachtige beeldtaal, bestaande uit versimpelde en tegelijkertijd dynamische vlakken en lijnen, draagt hieraan bij. De vergelijking met Piet Mondriaan kan zo snel worden gemaakt. Beide kunstenaars zijn thuis in het naar hun hand zetten van pure abstractie; kleur, vlak en lijn.

De kern van het huidige werk van Gubbels vormt het uitgangspunt van de tentoonstelling in het ARCO-paviljoen. Op die manier biedt de tentoonstelling een goede tegenhanger voor het vroege werk van Mondriaan. De schilderijen die in het museum te zien zijn, noemt Gubbels ‘gereformeerde schilderijen’. Dit zijn schilderijen waar hij veel tijd en aandacht aan besteed. In zijn atelier heeft Gubbels een speciale ‘kijkkamer’. Zodra hij een schilderij heeft gemaakt zet hij het in zijn kijkkamer neer, en kijkt hij er net zo lang naar tot hij weet wat er nog mee moet gebeuren. Deze schilderijen reflecteren het langdurige proces wat achter de ogenschijnlijk vluchtige en simpele kunstwerken schuilt.

Naast de gereformeerde schilderijen van Gubbels, toont Villa Mondriaan tevens het werk van hedendaagse kunstenaar Dienke Groenhout en van Mondriaans tijdgenoot Jan Toorop. Villa Mondriaan plaatst de fascinerende artistieke zoektocht van de jonge Toorop naar zijn eigen stijl tegenover de ontdekking door de oude Toorop, de devoot katholiek, van de zingeving van zijn kunstenaarsbestaan. In de tentoonstelling Ferengi plaatst Groenhout samen met Tamrat Gezahegne, Gígja Reynisdóttir en Valerie Asiimwe Amani kleding in een nieuw daglicht door middel van installaties en uitbundige kostuums. Alle tentoonstellingen zijn te zien van 5 maart tot en met 19 september.

Toorop: tussen geloof en hoop in Winterswijk 

WINTERSWIJK – Dat Jan Toorop (1858-1928) van 1874 tot 1875 in Winterswijk woonde, is bij het grote publiek veel minder bekend dan het verleden dat Piet Mondriaan met Winterswijk heeft. Museum Villa Mondriaan wijdt van 5 maart tot en met 19 september een tentoonstelling aan het werk van Toorop, Toorop: tussen geloof en hoop. Daarbij toont het museum zijn fascinatie voor het boerenleven en later voor het rooms-katholieke geloof.

Toorop woonde bij een gastgezin aan de Zonnebrink in Winterswijk, tegenover het huis waar de familie Mondriaan vijf jaar later haar intrek zou nemen. Hij kreeg tekenlessen van G.W. Schut op de Rijks H.B.S., slechts enkele jaren voordat ook Mondriaan bij hem in de leer zou gaan. Hoewel Toorop en Mondriaan elkaars pad nooit hebben gekruist in Winterswijk, raakten de twee kunstenaars dan toch bevriend na hun eerste ontmoeting in de zomer van 1908. Vanaf dat moment is de invloed van Toorop duidelijk terug te zien in Mondriaans luministische werken. Ondanks dat de kunstenaars elkaar pas op latere leeftijd leerden kennen, zijn er ook tussen de vroege werken van Mondriaan en Toorop treffende verwantschappen aan te wijzen. Beide kunstenaars beeldden, geheel op eigen wijze, het leven op het land af. Bij Toorop nemen boerenfiguren vaak een prominente plaats in op zijn schilderijen, etsen en tekeningen. Bovendien was Toorop bijzonder geïnteresseerd in het contrast van het arme boerenleven met het moderne leven in de stad.

Toorop wordt vaak in één adem genoemd met het symbolisme, terwijl zijn oeuvre juist een grote diversiteit aan stijlen bevat. Zijn landschappen en weergaven van het boerenleven sluiten met hun grove kwaststreken niet alleen aan op de aard van het werk van de boer, maar ook op de impressionistische beeldtaal van de Haagse School. Dezelfde thema’s gaf hij rond 1889 op pointillistische wijze weer door de welbekende stippeltechniek met ongemengde, heldere kleuren naar zijn eigen hand te zetten. Na Toorops doop in de katholieke kerk in 1905 stelde Toorop zijn kunst in dienst van het rooms-katholieke geloof. Hij maakte portretten van geestelijken en tekende religieuze voorstellingen, die, afgedrukt op prentjes en ansichtkaarten, in talloze huishoudens terechtkwamen. Villa Mondriaan plaatst de artistieke zoektocht van de jonge Toorop naar zijn eigen stijl tegenover de ontdekking door de oude Toorop, de devoot katholiek, van de zingeving van zijn kunstenaarsbestaan.

Naast het werk van Mondriaans tijdgenoot Jan Toorop, toont Villa Mondriaan tevens het werk van hedendaagse kunstenaars Dienke Groenhout en Klaas Gubbels. Gubbels brengt in het ARCO-paviljoen een ode aan ‘het gewone’: koffiepotten, tafels en stoelen. In de tentoonstelling Ferengi plaatst Groenhout samen met Tamrat Gezahegne, Gígja Reynisdóttir en Valerie Asiimwe Amani kleding in een nieuw daglicht door middel van installaties en uitbundige kostuums. Alle tentoonstellingen zijn te zien van 5 maart tot en met 19 september.