Categoriearchief: Landelijk

Aardgasvrij wonen: gemeente Duiven koploper in Gelderland

De gemeente Duiven is in Gelderland koploper wat betreft energietransitie. Hier wordt namelijk al minstens 60,7 procent van de woningen aardgasvrij verwarmd. Met iets minder dan 30 jaar tot de eindstreep van het klimaatakkoord, is momenteel 4,5 procent van de Gelderse woningen aardgasvrij. Dit blijkt uit onderzoek van Vattenfall, dat de huidige stand van zaken op het gebied van de warmtetransitie in Nederland in kaart bracht.

Duiven, Westervoort en Arnhem koplopers energietransitie
Niet elke gemeente in Gelderland is even ver met de overstap van fossiele brandstoffen naar groene energie. Op het gebied van warmtetransitie staat Duiven op kop, maar ook in Westervoort (43,5 procent) en Arnhem (10,1 procent) zijn relatief veel huizen van het gas af. De koplopers hebben dit grotendeels te danken aan het feit dat zij ervoor kozen om woningen op het warmtenet aan te sluiten in plaats van het gasnet. Rozendaal is koploper als het op warmtepompen aankomt, tenminste 2,8% van alle koopwoningen heeft hier een warmtepomp.

De gemeente Tiel moet de grootste stappen maken om de klimaatdoelen te halen. Hier wordt minstens 0,3 procent van de woningen aardgasvrij verwarmd. De voortgang per gemeente is te lezen op https://www.vattenfall.nl/duurzame-energie/geef-gas-op-groen/aardgasvrij/

Stadsverwarming meest gebruikte alternatief van aardgas
Om de klimaatdoelstellingen te halen, zullen bijna alle huizen voor 2050 van het aardgas af moeten. Van alle woningen wordt in Gelderland 3,7 procent verwarmd door middel van stadsverwarming, een duurzaam alternatief voor losse cv-ketels op gas waarmee 50 tot 80 procent CO2-uitstoot wordt bespaard. De warmtepomp is momenteel in minstens 0,8 procent van de huizen geïnstalleerd.

Andere uitdaging voor steden en platteland
De uitdaging van de warmtetransitie ligt met name in de diversiteit van het Nederlandse woningaanbod. Hoe en waar mensen wonen bepaalt de mogelijkheden; er is dus niet één oplossing. Zo kan een warmtenet voor nieuwbouwwijken een uitkomst zijn, maar is aansluiting op het warmtenet in landelijke gebieden weer moeilijker dan in dichtbebouwde stedelijke gebieden en liggen individuele oplossingen meer voor de hand. Ook in de steden zijn grote stappen nodig om de klimaatdoelstellingen van 2050 te halen.

Arno van Gestel, commercieel directeur Warmte bij Vattenfall Nederland: “In de warmtetransitie in de gebouwde omgeving is ontzettend veel klimaatwinst te behalen door woningen en bedrijven aardgasvrij te maken en duurzaam te verwarmen. Er is veel behoefte aan betaalbare alternatieven voor aardgasvrij wonen voor verschillende typen gebouwen en woonomgevingen. Als Vattenfall zijn we actief in de warmtetransitie: we investeren in warmtenetten en de verduurzaming daarvan, we ontwikkelen warmtepompen en sinds kort bieden we onze klanten ook groen gas aan. Zo willen we via verschillende routes bijdragen aan de versnelling van de warmtetransitie.”

Mondkapje verplicht vanaf 1 december

Om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, wil het kabinet het dragen van een mondkapje in onder andere winkels, musea, restaurants en theaters vanaf 1 december verplichten. Ook in het onderwijs (met uitzondering van de basisschool) moeten mensen dan een mondkapje gaan dragen. Voor contactberoepen geldt de regel zowel voor de klant als de professional, zoals de kapper of de rij-instructeur. In het openbaar vervoer was een mondkapje al verplicht, maar voortaan is dit ook het geval in stations en bij bus- en tramhaltes. De mondkapjesplicht geldt voor iedereen van 13 jaar en ouder. Wie de regel niet naleeft, riskeert een boete van 95 euro.

Een mondkapje moet de neus en mond volledig bedekken en het moet ontworpen zijn om de verspreiding van virussen tegen te gaan. Medische mondneusmaskers zijn bedoeld voor de zorg; mondkapjes zijn geschikt voor gebruik in winkels, op school, in het OV en bij de kapper. Gebruik daarom bij voorkeur mondkapjes die te koop zijn bij de drogist of de supermarkt. Een spatscherm (faceshield) bedekt de neus en mond niet volledig, en mag daarom niet worden gebruikt als alternatief voor een mondkapje. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld een sjaal of bandana. Tot het moment van de definitieve ingangsdatum is het mondkapje niet verplicht en kunnen mensen dus ook geen boete krijgen. Wel geldt er ook nu al een dringend advies.

Publieke binnenruimten, stationsgebouwen en luchthavens
De mondkapjesplicht geldt in alle publieke binnenruimten, stationsgebouwen en luchthavens. Voorbeelden van publieke binnenruimten zijn winkels, musea, benzinestations, restaurants, cafés, theaters en concertzalen. Een mondkapje is niet verplicht als mensen een vaste zitplaats hebben. Concreet betekent dit dat in bijvoorbeeld restaurants of theaters het mondkapje af mag wanneer mensen aan tafel of in de zaal plaatsnemen. Wanneer vervolgens wordt opgestaan om naar het toilet of naar buiten te gaan, moet het mondkapje weer worden gedragen. In gebouwen die bedoeld zijn voor het belijden van godsdienst, zoals kerken, moskeeën, tempels en synagogen, is een mondkapje niet verplicht.

Onderwijs
In het voortgezet onderwijs, het voortgezet speciaal onderwijs, het middelbaar beroepsonderwijs en het hoger onderwijs moeten leerlingen, studenten, leraren en ander personeel een mondkapje dragen als zij zich door het schoolgebouw bewegen. Het mondkapje kan af tijdens de les, wanneer iedereen een vaste zit- of staanplaats heeft. Een docent hoeft dus geen mondkapje te dragen op het moment dat hij of zij voor de groep staat, maar wel bij een ronde door het klaslokaal. Gym, zang, toneel, dans en bepaalde vormen van praktijkonderwijs zijn uitgezonderd van de mondkapjesplicht.

Contactberoepen en zorgverleners
Bij contactberoepen is de anderhalvemeter-maatregel vaak niet realistisch. Daarom wordt ook bij onder andere de kapper, tijdens de rijles en bij de nagelstylist het dragen van een mondkapje verplicht. Dit geldt zowel voor de klant als voor de beoefenaar van het contactberoep. Zorgverleners zoals huisartsen en fysiotherapeuten zijn uitgezonderd van de plicht. Toch zal het vaak zo zijn dat ook daar gevraagd wordt een mondkapje te dragen. Op basis van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) hanteren ziekenhuizen en zorginstellingen eigen regels ten aanzien van mondkapjes of andere persoonlijke beschermingsmiddelen. Patiënten, bezoekers en zorgverleners dienen deze te volgen.

Uitzonderingen
De verplichting tot het dragen van een mondkapje geldt niet voor mensen die vanwege een beperking of ziekte geen mondkapje kunnen dragen of opzetten. De politie en boa’s kunnen mensen vragen zelf aannemelijk te maken dat deze uitzondering voor hen geldt. Mondkapjes zijn ook niet verplicht tijdens het sporten, acteren, muzikale repetities of optredens en het geven van interviews op radio en tv.

De mondkapjesplicht is vastgelegd in een ministeriële regeling, die door de ministers De Jonge (VWS), Grapperhaus (J&V) en Ollongren (BZK) naar de Tweede en Eerste Kamer is gestuurd, tegelijk met de ministeriële regeling met de maatregelen die in de huidige noodverordening staan. Op basis van de tijdelijke coronawet heeft het Parlement zeven dagen om zich over deze regelingen te buigen. De regelingen, en dus ook de mondkapplicht, gelden in eerste instantie voor drie maanden. Na die periode is verlenging mogelijk. Zodra er geen medische noodzaak meer is worden de regelingen weer ingetrokken.

Een ode aan de Achterhoeker in coronatijd

Scholder an Scholder. Juist nu dat even niet kan. In de Achterhoek zijn we er voor elkaar. Passen we op elkaar. En ondersteunen we elkaar. En die saamhorigheid… dat is wat ons ook door deze tweede coronaperiode gaat helpen.

Samen met Scholder an Scholder, maakten de burgemeesters van Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Montferland, Winterswijk, Oude IJsselstreek en Oost Gelre een boodschap. Hun ode aan de Achterhoeker in coronatijd.

Nöhlen past ons niet. We kopen lokaal. Steunen de horeca. En blijven onze verenigingen trouw. Júist in moeilijke tijden. We stropen onze mouwen op. Rechten onze ruggen. En helpen elkaar door de tegenwind. En dat is bijzonder. Iets om trots op te zijn. Vinden ook onze burgemeesters. Met deze film benadrukken ze dat. En roepen ze Achterhoekers op om niet op te geven. Om dóór te zetten. En elkaar te blijven helpen. Samen d’ran. Scholder an Scholder. Dat is hoe we dat doen in de Achterhoek.

Toename vermogen zonnepanelen groter bij bedrijven dan woningen

Voor het eerst is het opgesteld vermogen aan zonnepanelen groter bij bedrijven dan bij woningen. Dit blijkt uit het onderzoek dat het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft gedaan naar het vermogen van zonnepanelen. Uit de nieuwe cijfers van het CBS blijkt dat er bij bedrijven sprake is van een toename van maar liefst 59% en bij woningen is er een toename te zien van 39%. De grootste groei is dus bij bedrijven te zien.

Opgesteld vermogen zonnepanelen tussen 2015 – 2019
Opvallend aan de nieuwste cijfers van het CBS is dat het opgesteld vermogen van zonnepanelen voor het eerst hoger is bij bedrijven dan bij woningen.

Jaar                             Woningen                              Bedrijven                   Totaal

2015                           972 megawatt                        554 megawatt            1526 megawatt

2016                           1261 megawatt                      874 megawatt            2135 megawatt

2017                           1682 megawatt                      1229 megawatt          2911 megawatt

2018                           2329 megawatt                      2281 megawatt          4609 megawatt

2019                           3237 megawatt                      3637 megawatt          6874 megawatt

Grootste vermogen zonnepanelen van bedrijven en woningen
Het CBS heeft vastgesteld dat het grootste vermogen aan zonnepanelen bij bedrijven in Groningen is. Om nog specifieker te zijn: in Midden-Groningen. Aan het eind van 2019 stond in heel Nederland voor 3637 megawatt aan vermogen bij bedrijven opgesteld. Hiervan is 115 megawatt het grootste vermogen. Groningen wordt gevolgd door Borsele (74 megawatt) en Emmen (73 megawatt). Dat in Groningen de grootste groei van zonnepanelen bij bedrijven te zien is, heeft hoogstwaarschijnlijk te maken met de bouw van het nieuwe zonnepark. Dit zonnepark is momenteel het allergrootste zonnepark van Nederland. Dit is volgens het CBS ook de reden dat in Midden-Groningen het grootste totale vermogen aan zonnepanelen van bedrijven en huishoudens staat. Deze 2 zijn samen goed voor maar liefst 137 megawatt.

Het grootste vermogen aan zonnepanelen bij woningen is in Utrecht, Groningen en Eindhoven. Dit vermogen wordt berekend door middel van het vermogensaantal zonnepanelen op de daken van Nederlandse woningen. Dit is in 2019 toegenomen met 39%. Minder dan bij bedrijven, maar alsnog een respectievelijke groei. De grootste toenames zijn te zien in Utrecht (12,5 megawatt), Eindhoven (13,4 megawatt) en Groningen (9,0 megawatt). Andere gemeenten waarin groei van meer dan 9,0 megawatt te zien is zijn: Amsterdam, Apeldoorn, Amersfoort, Almere en Nijmegen.

Overheid stimuleert duurzame energie
In 2023 moet 16 procent van al onze energie duurzaam opgewekt worden. Om deze doelstelling te behalen, stimuleert de overheid bedrijven om duurzame energie op te wekken. Bedrijven kunnen in aanmerking komen om diverse subsidies te ontvangen. Dit zijn onder andere:

  • De Energie Investerings Aftrek (EIA)
  • De Kleinschaligheids Investerings Aftrek (KIA)
  • Het versnel afschrijven van investeringen
  • Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+)

Een korte uitleg over de beschikbare subsidies voor bedrijven:

De Energie Investerings Aftrek (EIA)
De EIA maakt het voor bedrijven mogelijk om investeringen in energiezuinige technieken (als zonnepanelen) en duurzame energie af te trekken. Hierbij is er sprake van een gebruikelijke afschrijvingen en hier bovenop is het voor een bedrijf toegestaan om 54,5% van de investeringskosten af te trekken van de fiscale winst. Kijk voor meer informatie en de energielijst op RVO.nl.

De Kleinschaligheids Investerings Aftrek (KIA)
Een bedrijf kan eenmalig beroep doen op de KIA. Dit kan alleen als het bedrijf tussen de €2300,- en €306931,- aan zonnepanelen heeft geïnvesteerd. Het is mogelijk om gebruik te maken van deze aftrek naast de EIA.

Het versneld afschrijven van investeringen
De aanschaf van zonnepanelen mag je versneld aftrekken van de winst. Dit geldt voor vrijwel alle investeringen in een bedrijf.

Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+)
Om als bedrijf in aanmerking te komen voor de SDE+, is het de bedoeling dat het meer dan 15 KwP aan zonne-energie opwerkt. Het is ook mogelijk om hier in aanmerking voor te komen als een bedrijf meer dan 100 vierkante meter voor opwekking van zon energie heeft ingericht.

Lees hier meer over het rendement en de opbrengt van zonnepanelen.

Landelijke campagne van start: voor wie download jij CoronaMelder?

Met de boodschap ‘Voor wie download jij CoronaMelder?’ is vandaag de landelijke campagne gestart om de CoronaMelder-app onder aandacht te brengen. Bij de GGD Gelderland-Zuid gaf minister Hugo de Jonge (VWS) samen met medewerkers van de GGD en de appbouwers het officiële startsein. Via www.coronamelder.nl of de verschillende appstores is CoronaMelder te downloaden. De app is een aanvulling op het reguliere bron- en contactonderzoek van de GGD en stelt mensen in staat de verspreiding van het virus tegen te gaan. Het gebruik van de app is geheel vrijwillig.

Minister Hugo de Jonge: ‘De app is geen wondermiddel, maar een hulpmiddel. Door de app weet je eerder of je mogelijk bent besmet met het coronavirus en voorkom je dat je onbewust een ander besmet. Ik hoop dat zoveel mogelijk mensen de app downloaden. Elke download telt én helpt.’

Hoe werkt CoronaMelder?
CoronaMelder stuurt je een melding als je langer dan 15 minuten dicht bij iemand in de buurt bent geweest, die later het coronavirus blijkt te hebben. Dit kan een bekende zijn, maar ook een app-gebruiker bij wie je in de buurt was en die je niet kent. Als je een melding hebt ontvangen, lees je in de app welke maatregelen je kan nemen en of je je kunt laten testen. Zo weet je eerder of je mogelijk bent besmet en kun je voorkomen dat je onbewust een ander besmet. Want je kunt het coronavirus al doorgeven, voordat je je ziek voelt.

Zo gebruik je CoronaMelder

  1. Download CoronaMelder. Als je een Android-telefoon hebt, vind je de app in de Google Play Store. Heb je een iPhone? Dan vind je de app in de App Store.
  2. Installeer de app. Op het scherm van je telefoon lees je hoe dit moet.
  3. Volg de stappen in de introductieschermen.
  4. Zet in de instellingen van je telefoon bluetooth aan én laat deze aan staan. Alleen dan kan de app meten of je bij andere telefoons met CoronaMelder in de buurt bent geweest.
  5. Ontvang je een melding? Open CoronaMelder en lees wat je kunt doen en of je je moet laten testen.
  6. Blijk je zelf corona te hebben? Dan is het jouw eigen keuze of je jouw besmetting – samen met de GGD – wilt melden in de app.

Vind je het installeren van de app lastig? Vraag dan een familielid of bekende om te helpen. Ook veel bibliotheken kunnen je helpen bij het installeren. Of bel de Helpdesk CoronaMelder op 0800 – 1280. Daar kun je ook terecht met technische vragen of vragen over de werking van de app.

Praktijktest CoronaMelder
Tijdens de testperiode hebben zo’n 1,5 miljoen mensen de app gedownload. Door 615 personen is via de app aangegeven dat zij positief getest zijn. Dit is samen met de GGD’en op vrijwillige basis gebeurd. Contacten van de betreffende personen zijn op deze wijze via CoronaMelder gewaarschuwd.

Op basis van ruwe cijfers uit de praktijktest blijkt dat 99 procent van de mensen die een test aan hebben gevraagd (omdat zij een notificatie van de app hebben gehad) nog niet was benaderd in het kader van het reguliere bron- en contactonderzoek. Hoewel deze data nog nader moeten worden onderzocht, kan gesteld worden dat CoronaMelder nauwe contacten sneller bereikt. Ook wordt onderzocht of deze mensen later wel bereikt zijn door het reguliere bron- en contactonderzoek en of de app ook daadwerkelijk meer mensen bereikt.

Dezelfde ruwe cijfers laten zien dat het aantal positieve testen na een CoronaMelder-notificatie in week 40 op ruim 10 procent uitkomt. In vergelijking: gemiddeld over de weken 27 tot en met 37 bleek van de bij het bron- en contactonderzoek in beeld gekomen huisgenoten ruim 13 procent besmet. Van de overige nauwe contacten lag dit percentage op bijna 6 procent.