Gelderland redelijk gunstig voor elektrische autobezitter

GELDERLAND – Gelderland is, vergeleken met andere provincies, gunstig voor automobilisten die elektrisch rijden. Gelderlanders die met hun auto aangewezen zijn op publieke laadpalen, hebben in de meeste gemeenten een online aanvraagoptie. Ook hoeven aanvragers -naar verhouding- niet lang te wachten op de plaatsing en kunnen zij bovendien rekenen op een laadpaal dichtbij huis. Dit en meer blijkt uit onderzoek van energiebedrijf Vattenfall.

Begin 2019 was er voor elke 2,2 elektrische auto’s een publiek laadpunt. Begin dit jaar was dit aantal toegenomen tot 3,9 elektrische auto’s per publiek laadpunt. Dit is mede het geval door de enorme groei in het aantal elektrische auto’s in 2019.

Aanvraagopties in Gelderland
Om elektrisch rijden in Gelderland te stimuleren, bieden 38 van de 51 gemeenten (75 procent) hun inwoners de mogelijkheid om via de gemeentelijke website een openbare laadpaal aan te vragen. Landelijk is dit percentage licht hoger (79 procent). Openbare laadpalen zijn bedoeld voor mensen die hun elektrische auto niet op hun privé terrein kunnen opladen, bijvoorbeeld wanneer zij geen garage of eigen oprit hebben.

Relatief korte tijd tussen aanvraag en plaatsing
Gelderse automobilisten die een openbare laadpaal aanvragen, moeten rekening houden met gemiddeld 17,1 weken doorlooptijd. Landelijk is de periode tussen aanvraag en realisatie ruim een week langer (18,4 weken). De wachttijd kan in andere regio’s in Nederland oplopen tot wel 9 maanden (Bergen N.H., Uitgeest, Castricum, Heiloo en Gooise Meren). De kortste wachttijd is 12 weken en is onder andere van kracht in de gemeenten Den Helder, Wageningen en Loon op Zand.

Maximale loopafstand tot een laadpaal
Gemeenten streven ernaar dat men op een redelijke afstand van een laadpaal kan wonen en werken. De gemiddelde “maximale loopafstand” naar een laadpaal is 262 meter. In Gelderland hebben automobilisten te maken met een redelijk gunstige maximale loopafstand: 246 meter. Meer informatie over het onderzoek is hier te vinden.



Bron: Vattenfall
Foto: Vattenfall/Jan Willem de Venster