Het kabinet wil lokale publieke omroepen versterken. Minister Eppo Bruins van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft daarvoor een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd. Met de nieuwe regels moeten lokale omroepen financieel stabieler worden en meer journalistieke slagkracht krijgen.
Advertentie

Lokale omroepen doen verslag van gebeurtenissen dicht bij huis, zoals gemeenteraadsverkiezingen, activiteiten in de wijk en sportwedstrijden van plaatselijke clubs. Volgens de minister spelen zij een belangrijke rol voor de lokale democratie en cultuur. Met het wetsvoorstel wil het kabinet ervoor zorgen dat omroepen hun journalistieke werk beter kunnen uitvoeren.
Een belangrijk onderdeel van het plan is dat het aantal lokale publieke omroepen wordt teruggebracht van ruim 200 naar ongeveer 80. Deze omroepen krijgen een duidelijke streekfunctie en gaan vaker meerdere gemeenten bedienen. Door samenwerking en schaalvergroting moet er meer ruimte ontstaan voor professionele journalistiek.
Ook de financiering verandert. Nu ontvangen lokale omroepen hun geld vooral via gemeenten, in totaal ongeveer 13 miljoen euro per jaar. In het nieuwe systeem komt de financiering rechtstreeks vanuit het Rijk en wordt daar structureel 18 miljoen euro extra aan toegevoegd. De bedoeling is dat omroepen daardoor vijf jaar lang zekerheid hebben over hun budget en minder afhankelijk zijn van gemeentelijke keuzes.
Volgens het ministerie kampen veel lokale omroepen momenteel met beperkte middelen en een grote afhankelijkheid van vrijwilligers. Met de nieuwe wet moet er meer ruimte komen om journalisten aan te nemen en de kwaliteit van de berichtgeving te verbeteren.
Het wetsvoorstel wordt nu behandeld door de Tweede Kamer. Als zowel de Tweede als de Eerste Kamer instemt, kan het nieuwe omroepstelsel op 1 januari 2028 ingaan.